Over APS en SLE

Antifosfolipidensyndroom (APS)

Het antifosfolipidensyndroom (APS) is een auto-immuunziekte waarbij het bloed gemakkelijker samenklontert. Bij een auto-immuunziekte valt het eigen immuunsysteem het lichaam aan. Een auto-immuunziekte wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van auto-antistoffen. Bij APS heten die antistoffen ‘antifosfolipiden’, aPL.  De meest voorkomende symptomen zijn trombose of problemen tijdens de zwangerschap.

Daarnaast is er een hele ernstige vorm van APS, het zogeheten catastrofaal APS. Hierbij kunnen er in hele korte tijd overal in het lichaam stolsels ontstaan, waardoor iemand in korte tijd kan overlijden. Er is nog steeds weinig bekend over hoe en waarom APS ontstaat. Heel belangrijk dus om onderzoek naar deze aandoening te doen!

Hoe vaak komt APS voor?

Het is niet precies bekend hoe vaak APS voorkomt. Men denkt dat in Nederland ongeveer 1000-2000 personen APS hebben. Het komt meer bij vrouwen voor dan bij mannen. Er is ook een groep mensen die geen klachten heeft, en bij wie toch antifosfolipiden in het bloed zitten.

Hoe wordt de diagnose APS gesteld?

Het stellen van de diagnose is lastig. Uw arts onderzoekt uw bloed en kijkt daarbij naar de aanwezigheid van de antistoffen, ‘antifosfolipiden’. Dat onderzoek doet uw arts twee keer, met een pauze van ongeveer 12 weken. De aanwezigheid van antifosfolipiden moet namelijk twee keer worden aangetoond om de diagnose te kunnen stellen. De pauze van 12 weken is belangrijk, omdat uw lichaam bij een infectie door virussen of bacteriën ook tijdelijk antifosfolipiden kan vormen. Bij 1-5% van de algehele bevolking komen ook antifosfolipiden voor zonder klachten.

Uw arts zoekt naar antifosfolipiden wanneer er aanwijzingen zijn dat u APS zou kunnen hebben. Aanwijzingen zijn bijvoorbeeld:

  • Herhaalde (onverklaarbare) trombose.
  • Problemen door trombose en/of problemen (complicaties) tijdens de zwangerschap. Soms gaat dit samen met een systemische auto-immuunziekte zoals SLE.
  • Onverklaarbare longembolie of  een infarct

Meestal wordt de diagnose dus pas gesteld als zich iets ernstigs heeft voorgedaan.

Voor meer informatie, ook over behandeling, kunt u kijken op de volgende website: https://www.nvle.org/ziektebeelden/aps/

Systemische Lupus Erythematodes (SLE)

SLE is een autoimmuunziekte. Een goedwerkend afweersysteem (ook wel immuunsysteem genoemd) beschermt ons tegen lichaamsvreemde indringers, zoals bacteriën en virussen, door vorming van antistoffen tegen deze indringers. Door een immunologische afwijking kunnen bepaalde witte bloedcellen antistoffen gaan produceren die gericht zijn tegen het eigen lichaam, zogeheten autoantistoffen. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld gericht tegen onderdelen van celkernen en worden wel ANA’s genoemd.

Autoantistoffen worden door ons bloed vervoerd en daardoor kunnen ze zich afzetten in organen, waar ze ontstekingen veroorzaken. De ontstekingen kunnen overal in het lichaam ontstaan, bijvoorbeeld in huid en gewrichten, maar ook in organen zoals nieren, zenuwstelsel, hart, longen en bloedvaten. Hierdoor komen er vaak ook algemene verschijnselen voor bij SLE zoals moeheid, koorts en gewichtsverlies. Door deze verscheidenheid aan symptomen lopen de ziekteverschijnselen per patiënt erg uiteen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een patiënt jarenlang alleen huidafwijkingen heeft (cutane LE), voordat SLE ontstaat.

Een vroege diagnose en een doeltreffende behandeling maken dat de meeste patiënten met SLE een normale levensverwachting en een normaal levenspatroon kunnen hebben.

SLE komt vooral voor bij vrouwen en begint meestal tussen 20- en 40-jarige leeftijd. Ongeveer 30 op de 100.000 mensen in Nederland heeft SLE.

De oorzaak van SLE is onbekend. Er zijn aanwijzingen dat erfelijkheid, hormonen, hevige stress en infecties een belangrijke rol spelen. Vrouwelijke hormonen bevorderen SLE terwijl mannelijke hormonen tegen lupus beschermen. Het is bekend dat SLE in bepaalde families vaker voor komt dan in andere. Ook zonlicht lijkt van invloed op het ontstaan van SLE.

Ga voor meer informatie naar: